LELYSTAD - Waar zware industrie zoals Tata Steel en Chemcours vrijwel ongehinderd door de autoriteiten schadelijke PFAS kunnen uitstoten, wordt een piepklein familiebedrijf uit Lelystad door de mangel gehaald door de Omgevingsdienst. Niet omdat het PFAS uitstoot. Maar omdat de recyclingspecialist het gevaarlijke goedje uit brandblussers haalt en veilig verwerkt. En daarmee de samenleving een dienst bewijst.

Toch staat het familiebedrijf Eerste Lelystadse Schroothandel (ELS) in het vizier van regionale toezichthouders nadat de Omgevingsdienst Flevoland, Gooi en Vechtstreek (OFGV) enkele jaren geleden PFAS aantrof in een bodemmonster dat op het terrein was genomen. Dit leidde tot een jarenlang getouwtrek over de bron van de vervuiling. ELS wil breder onderzoek, maar de omgevingsdienst weigert. Dit brengt het bedrijf in een patstelling omdat de ware aard van de vervuiling zo niet naar boven komt. ELS doet een beroep op de provinciale politiek om uit deze impasse te komen.

Zwarte Piet

Brandblusserrecycler ELS uit Lelystad is het beu om telkens de zwarte piet te krijgen van de PFAS-vervuiling. Er is door de omgevingsdienst alleen op het terrein van ELS gemeten. Niet daarbuiten bij andere bedrijven. Dit terwijl onderzoek door de internationaal vermaarde PFAS-expert prof. dr. Jacob de Boer uitwijst dat de vervuiling wetenschappelijk gezien onmogelijk afkomstig kan zijn van ELS.

‘De Omgevingsdienst weigert echter om op andere plekken te meten. Wat heel vreemd is want je hebt als overheid toch de plicht om aan waarheidsvinding te doen’, stelt Arjan van ‘t Wel, algemeen directeur van de Eerste Lelystadse Schroothandel (ELS).

Dat beaamt prof. dr. Jacob de Boer. De Boer is een van de meest gezaghebbende experts op het gebied van PFAS in Europa. Als expert is hij door de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat ook aangesteld als lid van de Expertgroep Gezondheid IJmond om advies te geven over de gezondheid in die regio rond Tata Steel. Na deze zomer verschijnt er een boek van zijn hand over de maatschappelijke discussie over PFAS en andere gifstoffen.

Herkenbaar DNA

De Boer kijkt als wetenschapper o.a. naar patronen in chemische stoffen. Elke bron van vervuiling heeft een eigen chemisch profiel. Je kunt dat vergelijken met DNA. Een vervuiling met een bepaald type PFAS laat een herkenbaar patroon achter. En daar wringt volgens De Boer de schoen in Lelystad.

De Boer: ‘Deze vervuiling kan niet afkomstig zijn van brandblussers. De kenmerken van de in de bodem gevonden PFAS komen niet overeen met die uit blusschuim. Bovendien zit er in een brandblusser een betrekkelijk geringe hoeveelheid PFAS. In één blusser zitten slechts enkele milligrammen. Als er daadwerkelijk een kilo PFAS uit blussers in de bodem zou zijn beland, zoals de omgevingsdienst beweert, zou dat betekenen dat er vele duizenden blussers per ongeluk zijn opengebroken. En dan nog op een magische manier waarbij de vervuiling door een vloeistofdichte vloer heen toch in de bodem is beland. Dit scenario is natuurlijk niet voorstelbaar.’

Ondanks bewijs geen vrijspraak

Wat De Boer verbaast, is dat er geen metingen zijn gedaan buiten het terrein van het bedrijf. Het is nu helemaal niet bekend of wat onder het terrein van ELS is gevonden niet wijder verspreid is onder het hele bedrijventerrein.‘

‘Daarom moet er juist buiten het terrein van ELS worden gemeten. Als je alleen bij één bedrijf meet, kun je moeilijk concluderen dat het daar vandaan komt. Het industrieterrein in Lelystad kent namelijk een lange geschiedenis. De grond is ooit opgespoten met slib uit het IJsselmeer. Daarin kunnen ook PFAS-achtige stoffen hebben gezeten. Ook was er eerder op de plek van ELS een bouwbedrijf gevestigd waarin veel PFAS kan zijn gebruikt. PFAS wordt veel toegepast in bouwmaterialen.’

Volgens De Boer is het daarom nodig om een breder onderzoek te doen. Alleen zo kan worden vastgesteld waar de vervuiling echt vandaan komt.

Vervuiling Schiphol 400.000 keer groter

Uit berekeningen door de omgevingsdienst zou blijken dat er ongeveer 1 kilo PFAS in de bodem zou zitten. Dat is een zeer geringe hoeveelheid in vergelijking met andere plekken in Nederland waar de hoeveelheid duizenden keren groter is. Bij Schiphol zit volgens De Boer ongeveer 400.000 kilo PFAS in de bodem.

‘Dan spreek je over een totaal andere orde van grootte. Toch gaat de discussie over een klein bedrijf met een handvol medewerkers. Je moet wel naar proportionaliteit kijken. Als het uiteindelijk om 1 kilo gaat, moet je je afvragen of al die handhavingstrajecten van de omgevingsdienst en provincie wel zinvol zijn. Die moeite en energie kan beter gestoken worden in zaken de er echt toe doen.’

Multinationals met diepe broekzakken

De discussie rond ELS laat volgens De Boer zien hoe milieuregels verschillend worden geïnterpreteerd door de verschillende omgevingsdiensten. ‘Nederland telt 28 regionale omgevingsdiensten die toezicht houden op bedrijven. Die hoeveelheid leidt soms tot merkwaardige situaties. Bij grote bedrijven hebben deze diensten het vaak lastig door de complexiteit en de juridische macht van multinationals. Bij kleine bedrijven zoals ELS wordt wel hard opgetreden. Niet omdat de problemen daar groot zijn, maar omdat ze blijkbaar gemakkelijker onder druk kunnen worden gezet.’

Terwijl de grote jongens diepe broekzakken hebben om eindeloos juridische procedures te voeren, hebben kleine bedrijven die financiële ruimte niet. Die zullen dus noodgedwongen mee moeten gaan met de eisen van omgevingsdiensten, ook al is dat feitelijk en moreel gezien niet juist.

Intussen staat een nieuwgebouwde hypermoderne hal met inventieve technologie om brandblussers binnen een gesloten systeem nog efficiënter te verwerken, al een jaar ongebruikt. Van ’t Wel: ‘Wachten is tot eindelijk de vergunning wordt afgegeven. Maar de provincie vertraagt door telkens nieuwe punten aan te dragen. En de vergunningaanvraag was zogenaamd in een verkeerde la beland, zodat het daar maanden onopgemerkt bleef liggen en wij weer vertraging oplopen.’

ELS laat jaarlijks 600.000 liter water met PFAS veilig verwerken in een gespecialiseerd bedrijf in Denemarken. ‘Dat vinden wij een dankbare taak. Vergeet niet dat er per jaar 460.000 liter met PFAS vervuild water in het oppervlaktewater terecht komt door het blussen van branden of bij brandoefeningen.’

Schimmig circuit

De Boer: ‘ELS is het enige bedrijf in ons land dat PFAS-houdende brandblussers veilig en netjes verwerkt. Als zo’n bedrijf door alle tegenwerking verdwijnt, ontstaat er een nieuw probleem. Waar moeten die blussers dan heen?’

Dat weet Van ’t Wel wel: ‘Dan dreigen ze over de grens te verdwijnen. Naar het buitenland waar de regelgeving niet zo streng is. Daar zie je al dat afgeschreven blussers verdwijnen in een schimmige wereld die raakt aan de onderwereld. Recyclen staat daar gelijk aan leegspuiten op een louche bedrijventerrein. Dan komt alles in ons grondwater. Die vervuiling stopt niet bij de grens. Vroeg of laat krijgen wij er mee te maken. En dan gaat het niet meer om een kilootje…’