Flevoland is, vergeleken met de schaal van een land, een baby. De provincie bestaat sinds 1986, telt inmiddels rond de 462.000 inwoners, en heeft volgens de provincie-eigen statistieken meer dan 61.000 bedrijfsvestigingen op haar grondgebied. Wie nu door Lelystad rijdt en aankomt bij een van de industrieterreinen, ziet bedrijfshallen waar dertig jaar geleden enkel klei lag.

Die ontwikkeling is geen toeval. Voor maakbedrijven die ruimte nodig hebben, biedt Flevoland iets wat in het westen schaars is. Grond. En voor logistieke operaties zit de hele Randstad binnen anderhalf uur rijden. Een producent die hier zijn productiehal neerzet, blijft tegelijk binnen de leveringszone van Amsterdam, Utrecht en Zwolle.

Wat hier wordt gemaakt

Volgens cijfers van de provincie zelf vormen maakindustrie, landbouw en ICT de pijlers van de regionale economie. Onder die noemers gaat behoorlijk wat schuil. Van voedselverwerking in Zeewolde en Almere tot machinebouwers in Lelystad en gespecialiseerde toeleveranciers verspreid over Dronten en de Noordoostpolder.

Wat opvalt aan de Flevolandse maakindustrie is de spreiding. Anders dan in Brabant of Limburg, waar een paar grote spelers het beeld bepalen, draait de provincie op een netwerk van honderden mkb-bedrijven. Familiebedrijven die hier in de jaren tachtig of negentig begonnen met een loods, een freesmachine en een paar vakmensen, en die nu in een tweede of derde generatie hun positie versterken.

Een Flevolandse maakindustrie heeft geen kathedralen. Ze heeft duizend kerken.

De uitdagingen die overal hetzelfde zijn

De pijnpunten die producenten hier benoemen zijn niet bijzonder regionaal. Personeelskrapte staat bovenaan, met technisch geschoolde profielen die bij verschillende bedrijven op dezelfde vacatures concurreren. Energiekosten staan op twee, vooral voor processen die afhankelijk zijn van warmte of perslucht. En op drie staat de doorlooptijd van leveranciers, een knelpunt dat door de naweeën van de coronajaren nog niet helemaal is verdwenen.

Wat Flevolandse bedrijven hier wel anders doen dan elders, is de praktische instelling. Een Almeerse machinefabrikant lost personeelskrapte niet op met een verhuizing maar met een eigen stageprogramma. Een Drontens metaalbedrijf werkt al jaren met een buurbedrijf samen om bestellingen op te delen. Die informele coördinatie blijkt vaak effectiever dan grote brancheafspraken.

De kansen die zich aandienen

Flevoland heeft een aantal infrastructurele voordelen die de komende jaren zichtbaarder worden. Lelystad Airport blijft een politiek hoofdpijnpunt, maar de bedrijventerreinen eromheen vullen zich met logistieke en assemblage-activiteiten. De Maasvlakte zit op rijafstand zonder dat je door Schiphol-files hoeft. En de nabijheid van Almere, met zijn aanhoudende bevolkingsgroei, betekent dat de regio een groeiende thuismarkt heeft voor consumentenproducten en bouwgerelateerd werk.

Daarbij komt iets dat moeilijker te kwantificeren is. De ruimte op de bedrijventerreinen maakt het hier eenvoudiger om uit te breiden dan in oude industriegebieden, waar elke vierkante meter al verkaveld en geherbestemd is. Voor bedrijven die nu een tweede hal nodig hebben, is dat geen detail.

De leveranciers achter de leveranciers

Wat de Flevolandse maakindustrie draagt, is niet alleen wat in de provincie zelf wordt gemaakt. Het is ook de keten van Nederlandse toeleveranciers die net buiten de provincie zit en dagelijks rijdt. Voor specifieke onderdelen werken Flevolandse bedrijven samen met partijen elders in het land, van een gespecialiseerde Nederlandse producent van kunststof maatwerk tot signage-specialisten zoals Ledfactor voor bedrijfsgevels en bewegwijzering. Die samenwerking maakt dat een producent in Lelystad of Dronten dezelfde toegang heeft tot maatwerk als een vergelijkbaar bedrijf in Eindhoven.

De vraag is niet of die ketens zwaarder belast worden de komende jaren. Dat staat in elke prognose. De vraag is welke Flevolandse bedrijven er actief op gaan sturen dat hun toeleveranciers in Nederland blijven, en welke alsnog Aziatische routes inrichten omdat het bij de eerste kostprijscalculatie aantrekkelijker lijkt.

Wat dat voor de provincie betekent

Voor een provincie die nog steeds groeit, is een gezonde maakindustrie meer dan een statistiek. Het zijn de banen die jongeren in de regio houden. Het zijn de bedrijfshallen die over twintig jaar nog steeds belasting opbrengen voor scholen en wegen. En het is, eerlijk gezegd, wat Flevoland karakter geeft buiten de poldernatuur en de luchthaven.

De volgende generatie ondernemers in de regio bouwt nu hun bedrijf op. Wat zij maken, en met wie zij dat doen, bepaalt hoe de Flevolandse maakindustrie er in 2040 uitziet.