In het onderzoek Sociale samenhang en welzijn zijn sinds 2019 stellingen opgenomen over eenzaamheid. Vragen gaan over het ervaren van leegte, het missen van mensen en het gevoel vaak in de steek gelaten te worden. Dit heet emotionele eenzaamheid. Ook krijgen deelnemers de vraag of zij voldoende mensen om zich heen hebben met wie zij zich verbonden voelen, die ze vertrouwen en waarop ze kunnen terugvallen bij narigheid. Een gebrek hieraan heet sociale eenzaamheid. De algehele eenzaamheid is gebaseerd op de stellingen over zowel emotionele als sociale eenzaamheid.
Aandeel enigszins eenzamen iets gedaald, wel nog hoger dan in 2019
In 2021-2025 lag het percentage sterk eenzame mensen van 15 jaar of ouder rond de 10 procent. In 2019 was dit met 9 procent iets lager. Het aandeel mensen dat zich enigszins eenzaam voelt, nam toe van 26 procent in 2019 naar 32 procent in 2021. Daarna daalde het weer iets, maar bleef boven het niveau van 2019. In 2025 voelde 30 procent zich enigszins eenzaam. Ook voor de twee onderliggende vormen van eenzaamheid -sociaal en emotioneel- waren de percentages in 2019 het laagste.
35- tot 55-jarigen vaker dan ouderen sterk eenzaam
In 2025 waren de leeftijdsgroepen tussen 35 en 55 jaar het vaakst sterk eenzaam. Van de 35-tot 45-jarigen was dit 13 procent en van de 45- tot 55-jarigen 12 procent. Vanaf 55 jaar voelen mensen zich minder vaak eenzaam (minder dan 9 procent).
Het ervaren van emotionele eenzaamheid is voor alle leeftijden ongeveer hetzelfde. 35- tot 75-jarigen voelen zich met ongeveer 17 procent wel vaker sociaal eenzaam dan vooral jongeren (15- tot 25-jarigen) en 75-plussers.
Migranten relatief vaak sterk eenzaam
Mensen die niet in Nederland zijn geboren (migranten), zijn vaker sterk eenzaam dan de tweede generatie en mensen met een Nederlandse herkomst. Dit hangt niet samen met verschillen in andere kenmerken, zoals inkomen, leeftijd of onderwijsniveau. Het verschil tussen herkomstgroepen geldt voor beide vormen van eenzaamheid, maar is het grootst bij sociale eenzaamheid. Migranten uit Europa en daarbuiten zijn met achtereenvolgens 27 procent en 24 procent ongeveer twee keer zo vaak sterk sociaal eenzaam als mensen met een Nederlandse herkomst (13 procent) en mensen van de tweede generatie met een Europese herkomst (12 procent).
Vooral toename sterke sociale eenzaamheid onder Europese migranten
Onder migranten uit Europa nam het percentage sociaal eenzamen tussen 2019 en 2025 relatief veel toe. Van hen was 27 procent sterk sociaal eenzaam in 2025, tegen 17 procent in 2019. Onder mensen met een Nederlandse herkomst nam het percentage licht toe. Omdat er bij de andere herkomstgroepen geen toename was van het aandeel sterk sociaal eenzame mensen over de jaren, is in 2025 het verschil tussen de migranten en de andere groepen duidelijker dan in 2019.
Mensen met sociale uitkering vaakst sterk eenzaam
Mensen met een sociale uitkering geven met 23 procent vaker aan zich sterk eenzaam te voelen dan mensen die inkomen uit werk, studiefinanciering of pensioen krijgen en mensen zonder (eigen) inkomen (beide 9 procent).
Bron: CBS

14.5 ℃











































