Almere City FC speelt in de Keuken Kampioen Divisie. Het is de enige betaaldvoetbalclub van Flevoland, een provincie met inmiddels meer dan 430.000 inwoners, twee steden die tot de snelst groeiende van Nederland behoren en een sportcultuur die elk jaar zichtbaarder wordt. En toch: één profclub. De provincie groeit, en de vraag of er ruimte is voor een tweede profclub wordt steeds relevanter.
Waarom heeft Lelystad geen BVO?
Het is een vraag die in Lelystad al decennia speelt. De stad heeft meer dan 80.000 inwoners, een actieve amateursportcultuur en een geschiedenis met voetbal die teruggaat tot de oprichting van de stad zelf. Maar een betaaldvoetbalorganisatie heeft Lelystad nooit gehad. De redenen zijn een combinatie van timing, geld en prioriteiten. Toen Lelystad in de jaren zeventig en tachtig groeide, lag de focus op woningbouw en infrastructuur, niet op profvoetbal. Almere groeide sneller, had meer ambitie op sportgebied en richtte in 2001 Almere City FC op. Lelystad keek toe.
En dat kijken is sindsdien niet gestopt. Er zijn in de loop der jaren wel initiatieven geweest, maar geen ervan kwam voorbij het planstadium. Een betaaldvoetbalclub oprichten is niet zo simpel als een vereniging beginnen. Je hebt een stadion nodig dat aan KNVB-eisen voldoet. Je hebt een begroting nodig van minimaal drie tot vijf miljoen euro per jaar. Je hebt sponsors nodig die bereid zijn om jarenlang te investeren zonder garantie op succes. En je hebt een achterban nodig die groot genoeg is om het stadion te vullen, week na week.
De vraag is niet alleen of het kan, maar of het moet
Hier wordt het gesprek interessant. Stel dat er morgen een investeerder opstaat die zegt: ik wil een profclub in Lelystad beginnen. Is er dan genoeg draagvlak? De stad heeft genoeg inwoners, dat is niet het probleem. Maar inwoners zijn niet automatisch supporters. Almere City FC trekt op een goede dag vijftienhonderd tot tweeduizend toeschouwers. Dat is niet veel voor een stad van meer dan 220.000 inwoners. Als Almere dat niet lukt, hoe realistisch is het dan voor Lelystad?
Tegenstanders van het idee wijzen op de financiering. Betaald voetbal is duur, en de meeste clubs buiten de Eredivisie draaien structureel verlies. Almere City heeft jarenlang financieel moeten balanceren. Een tweede Flevolandse club zou in dezelfde vijver vissen: dezelfde lokale ondernemers, dezelfde regionale partners, dezelfde supporters die maar een beperkt budget hebben voor seizoenkaarten.
Wat amateurclubs laten zien
Maar er is ook een ander verhaal. De amateurvoetbalcultuur in Flevoland groeit. Het aantal jeugdleden stijgt, verenigingen breiden uit, en de kwaliteit van de selectieteams neemt toe. In Lelystad zijn clubs als Flevo Boys en Sportlust Lelystad actief op een niveau dat laat zien dat er talent en enthousiasme is. De vraag is of dat enthousiasme zich vertaalt naar betaald voetbal, of dat het juist prima gedijt op amateurniveau.
Want dat is een nuance die vaak wordt vergeten: niet elke stad heeft een profclub nodig om een voetbalcultuur te hebben. Sommige van de leukste voetbalmiddagen in Nederland vinden plaats op amateursportparken, met vierhonderd toeschouwers en een kantine waar de koffie sterker is dan de verdediging. Dat is geen falen. Dat is een keuze.
De groeiende voetbalbeleving
De belangstelling voor het betaald voetbal groeit al jaren. Supporters volgen niet alleen wedstrijden intensiever, maar verdiepen zich ook vaker in statistieken, transfers en de krachtsverhoudingen tussen clubs. Voor een deel van de voetballiefhebbers hoort ook wedden op voetbal inmiddels bij die bredere voetbalbeleving, al blijft verantwoord spelen daarbij vanzelfsprekend belangrijk. Die groeiende betrokkenheid laat zien dat de interesse er is. De vraag is alleen of die interesse in Flevoland groot genoeg is om een tweede profclub te dragen.
Geen antwoord, wel een gesprek
De eerlijke conclusie is dat niemand het zeker weet. Flevoland groeit, de voetbalcultuur groeit mee, en er is in theorie ruimte voor een tweede profclub. Maar de praktijk is weerbarstig. Een stadion bouwen kost miljoenen, een selectie samenstellen kost miljoenen, en de garantie dat er elke zaterdag genoeg mensen komen is er niet. Lelystad zou een profclub kunnen dragen als alles meewerkt: de financiering, het draagvlak, de politieke wil en een investeerder met een lange adem.
Maar het is net zo goed mogelijk dat de toekomst van Flevolands voetbal niet in een tweede profclub ligt, maar in de versterking van wat er al is. Betere faciliteiten voor amateurverenigingen, meer samenwerking met Almere City, een sterkere jeugdopleiding die talent uit de regio houdt. Dat is minder spectaculair dan een nieuwe club oprichten, maar het is misschien wel realistischer. En soms is realistisch beter dan ambitieus.

18.6 ℃






































