LELYSTAD - De rechtbank Midden-Nederland legt een 37-jarige man uit Lelystad tbs met dwangverpleging op. De man stak een jaar geleden zijn buurman dood die probeerde een burenruzie te sussen. De Lelystedeling kampt met een alles overheersend ziektebeeld waardoor hij volledig ontoerekeningsvatbaar was toen hij zijn buurman doodstak.

16 messteken
Het slachtoffer werd op klaarlichte dag voor de woning van verdachte neergestoken. Vermoedelijk is het 62-jarige slachtoffer naar de woning van de verdachte gegaan om te bemiddelen in een burenruzie over geluidsoverlast. Zijn 37-jarige buurman pakte op dat moment een groot mes uit de keuken en stak het slachtoffer 16 keer in zijn buik en borst. Reanimatie mocht niet meer baten.

Geen noodweer
De 37-jarige man heeft zijn buurman opzettelijk gedood. De rechtbank oordeelt dat er sprake is van doodslag. Het is algemeen bekend dat het steken in buik en borst tot de dood kan leiden. Hij heeft dat geweten en liet, nadat hij het slachtoffer 16 keer heeft gestoken, hem op de galerij voor zijn woning achter. Dat er sprake zou zijn van noodweer (zelfverdediging) vindt de rechtbank ongeloofwaardig. De man verklaarde pas op zitting dat de buurman hem meerdere malen met een (wandel)stok zou hebben geslagen, onder meer op zijn hoofd. Bij hem is slechts één oppervlakkige huidbeschadiging op zijn knie ontdekt. Ook komt in het hele dossier niets naar voren dat het verhaal van zelfverdediging ondersteunt. Daarnaast wordt het slachtoffer door buurtgenoten omschreven als ‘de vader van de buurt’ en ‘man met een gouden hart’. Hij wilde juist een ruzie tussen een buurvrouw en de man sussen.

Ontoerekeningsvatbaar
Een psychiater en psycholoog hebben onderzoek gedaan naar de man. Uit hun onderzoek blijkt dat er sprake is van een zeer ernstige stoornis. Die stoornis was ook aanwezig op 2 september vorig jaar en hebben zijn gedrag en keuzes bepaald. De man is volledig ontoerekeningsvatbaar en daarom kan de doodslag kan hem juridisch niet aangerekend worden. De rechtbank ontslaat de man, zoals dat juridisch heet, dan ook van alle rechtsvervolging. De rechtbank realiseert zich dat voor de nabestaanden geen enkele straf hun onherstelbare leed kan compenseren en dat er bij hen behoefte bestaat aan vergelding. Maar voor het opleggen van een straf bestaat – vanwege het alles overheersend ziektebeeld – geen ruimte. Wel moet de man behandeld worden omdat hij een gevaar vormt voor de samenleving. De rechtbank legt hem de maatregel van tbs met dwangverpleging op. De behandeling kent geen vaste einddatum en kan iedere twee jaar worden verlengd.